Meer over vergeving in ECIW

Hoofdstuk 25 GODS RECHTVAARDIGHEID IX. De rechtvaardigheid van de Hemel

1.Wat kan het anders dan arrogantie zijn te menen dat jouw kleine dwalingen niet door de
rechtvaardigheid van de Hemel ongedaan kunnen worden gemaakt? 2En wat zou dit kunnen
betekenen behalve dat het zonden en geen vergissingen zijn, die voor eeuwig onherstelbaar zijn en
met wraak, niet met rechtvaardigheid tegemoet moeten worden getreden? 3Ben jij bereid om van alle
gevolgen van zonde te worden bevrijd? 4Je kunt hier pas op antwoorden wanneer je zicht hebt op
alles wat het antwoord noodzakelijkerwijze met zich meebrengt. 5Want als je ‘ja’ antwoordt, wil dat
zeggen dat je al de waarden van deze wereld zult opgeven ten gunste van de vrede van de Hemel.
6Niet één zonde wil je behouden. 7En niet één greintje twijfel dat dit mogelijk is, zul je koesteren om
de zonde op haar plaats te houden. 8Je meent echt dat de waarheid nu grotere waarde heeft dan alle
illusies bij elkaar. 9En je ziet in dat de waarheid aan jou geopenbaard moet worden, want jij weet niet
wat ze is.
2.Met tegenzin geven betekent de gave niet verkrijgen, omdat je haar met tegenzin aanvaardt. 2Ze
wordt voor jou bewaard tot jouw tegenzin om te ontvangen verdwenen is, en jij ze gewillig aan jou
laat geven. 3Gods rechtvaardigheid wettigt dankbaarheid, geen angst. 4Niets wat jij geeft gaat voor
jou of wie ook verloren, maar het wordt in de Hemel gekoesterd en opgeslagen, waar al de schatten
die aan Gods Zoon gegeven zijn voor hem worden bewaard, en aan ieder geschonken die enkel zijn
hand uitstrekt met de bereidheid ze in ontvangst te nemen. 5Ook wordt de schat niet minder
wanneer ze wordt uitgedeeld. 6Elk geschenk draagt alleen maar bij aan het reservoir. 7Want God is
eerlijk. 8Hij vecht niet tegen de tegenzin van Zijn Zoon om verlossing als een geschenk van Hem te
zien. 9En toch zal Zijn rechtvaardigheid pas zijn voldaan wanneer ze door iedereen is ontvangen.
3.Wees ervan overtuigd dat elk antwoord op een probleem dat de Heilige Geest oplost er altijd een is
waarbij niemand verliest. 2En dit moet waar zijn, omdat Hij van niemand enig offer vraagt. 3Een
antwoord dat van wie ook het geringste verlies verlangt, heeft het probleem niet opgelost, maar
eraan bijgedragen en het groter, moeilijker op te lossen, en onrechtvaardiger gemaakt. 4Het is
onmogelijk dat de Heilige Geest onrechtvaardigheid als een oplossing zou zien. 5Voor Hem dient
wat onrechtvaardig is gecorrigeerd te worden omdat het onrechtvaardig is. 6En iedere dwaling is een
waarneming waarin minstens één persoon op een onrechtvaardige manier wordt gezien. 7Zo wordt
Gods Zoon geen rechtvaardigheid vergund. 8Wanneer iemand als verliezer wordt gezien, is hij
veroordeeld. 9En straf in plaats van rechtvaardigheid wordt dan zijn verdiende loon.
4.De aanblik van onschuld maakt straf onmogelijk en rechtvaardigheid zeker. 2De waarneming van
de Heilige Geest laat geen basis voor een aanval bestaan. 3Alleen een verlies zou een aanval kunnen
rechtvaardigen, en Hij kan geen enkele vorm van verlies zien. 4De wereld lost problemen op een
andere manier op. 5Ze ziet een oplossing als een toestand waarin beslist is wie winnen en wie
verliezen zal, hoeveel de een zal nemen, en hoeveel de verliezer nog verdedigen kan. 6Intussen blijft
het probleem nog steeds onopgelost, want alleen rechtvaardigheid kan een toestand doen ontstaan
waarin er geen verliezer is, en niemand onrechtvaardig behandeld en misdeeld achterblijft, en dus
met redenen tot wraak. 7Problemen oplossen kan niet neerkomen op wraak, wat in het gunstigste
geval aan het eerste een nieuw probleem toevoegt, waarin de moord niet onmiskenbaar is.5.De probleemoplossing van de Heilige Geest is de manier waarop het probleem eindigt. 2Het is
opgelost, want het is met rechtvaardigheid beantwoord. 3Zolang dit niet is gebeurd, zal het zich
herhalen, omdat het nog niet is opgelost. 4Het principe dat rechtvaardigheid inhoudt dat niemand
kan verliezen, is cruciaal voor deze cursus. 5Want wonderen berusten op rechtvaardigheid. 6Niet
zoals die door de ogen van deze wereld wordt gezien, maar zoals God die kent en zoals kennis
weerspiegeld wordt in het zicht dat de Heilige Geest schenkt.
5.Niemand verdient het te verliezen. 2En wat jegens hem onrechtvaardig zou zijn, kan niet gebeuren.
3Genezing is bestemd voor iedereen, omdat niemand enig soort aanval verdient. 4Welke rangorde
kan er in wonderen zijn, tenzij de een het verdient méér te lijden en de ander minder? 5En is dit
rechtvaardig jegens hen die volkomen onschuldig zijn? 6Een wonder is rechtvaardigheid. 7Het is geen
speciale gave voor enkelen, die aan anderen onthouden wordt omdat die het minder waard zijn,
zwaarder veroordeeld zijn, en dus buiten alle genezing staan. 8Wie kan er van de verlossing afge
scheiden zijn, als die juist het einde van speciaalheid beoogt? 9Waar is de rechtvaardigheid van de
verlossing als sommige dwalingen onvergeeflijk zijn, en wraak wettigen in plaats van genezing en de
terugkeer van vrede?
6. De verlossing kan er niet naar streven Gods Zoon te helpen onrechtvaardiger te zijn dan hij zelf
heeft nagestreefd. 2Als wonderen, de gave van de Heilige Geest, speciaal gegeven werden aan een
uitverkoren en speciale groep, en aan anderen onthouden die ze minder waard zouden zijn, dan is
Hij een bondgenoot van speciaalheid. 3Van wat Hij niet kan waarnemen getuigt Hij niet. 4En iedereen
heeft evenzeer recht op Zijn gave van genezing, bevrijding en vrede. 5Een probleem aan de Heilige
Geest geven om het voor jou op te lossen, betekent dat jij wilt dat het wordt opgelost. 6Het voor jezelf
houden om het zonder Zijn hulp op te lossen, is beslissen dat het onafgehandeld en onopgelost moet
blijven, met een niet aflatend vermogen tot onrechtvaardigheid en aanval. 7Niemand kan tegenover
jou onrechtvaardig zijn, tenzij jij eerst besloten hebt onrechtvaardig te zijn. 8En dan komen er
onvermijdelijk problemen je weg versperren, en wordt de vrede verstrooid door de winden van haat.
7.Als je niet vindt dat al jouw broeders evenveel recht op wonderen hebben als jij, zul je geen
aanspraak maken op jouw recht daarop, omdat jij dan tegenover iemand met gelijke rechten
onrechtvaardig bent geweest. 2Probeer iemand iets te ontzeggen, en je zult het gevoel hebben dat jou
iets is ontzegd. 3Probeer iemand van iets te beroven en jij bent van iets beroofd. 4Een wonder kan
nooit ontvangen worden omdat een ander het niet ontvangen kon. 5Alleen vergeving schenkt
wonderen. 6En vergiffenis moet voor iedereen rechtvaardig zijn.
8.De kleine problemen die je bewaart en verbergt worden jouw geheime zonden, omdat je er niet
voor gekozen hebt ze voor jou te laten wegnemen. 2En zo verzamelen ze stof en groeien ze, tot ze
alles bedekken wat jij waarneemt, en jou tegenover niemand rechtvaardig laten zijn. 3Je meent niet
één enkel recht te hebben. 4En bitterheid, met gerechtvaardigde wraak en verloren mededogen,
veroordeelt jou als vergeving onwaardig. 5Zij die niet vergeven zijn, weten een ander geen genade te
schenken. 6Om die reden dient jouw enige verantwoordelijkheid te zijn om vergeving voor jezelf te
aanvaarden.
9.Het wonder dat je ontvangt geef je. 2Elk wordt een illustratie van de wet waarop verlossing berust:
dat allen recht moet worden gedaan, wil iemand worden genezen. 3Niemand kan verliezen, en
iedereen moet er baat bij hebben. 4Elk wonder is een voorbeeld van wat rechtvaardigheid vermag als
ze aan iedereen gelijkelijk wordt geschonken. 5Ze wordt in gelijke mate gegeven en ontvangen. 6Ze is
het bewustzijn dat geven en ontvangen hetzelfde zijn. 7Doordat ze hetzelfde niet ongelijk maakt, ziet
ze geen verschillen waar er geen zijn. 8En zodoende is ze voor iedereen hetzelfde, omdat ze geen
verschillen in hen ontwaart. 9Haar aanbod is universeel, en ze onderwijst slechts een boodschap:
10Wat van God is hoort iedereen toe, en is ieders rechtmatig deel.