De tekening die als achtergrond is gebruikt, begon met een poging om een boos leeuwenoog te tekenen. Dat werd uiteindelijk een heel vriendelijk oog.
De leeuw bleef vriendelijk. De kat daarentegen werd heel boos en aanvallend.
Pas nadat de tekening klaar was, werd de symboliek zichtbaar.

De leeuw, als symbool van kracht en koninklijk bewustzijn, blijft vriendelijk, zelfs in het aangezicht van een schijnbare aanval. Hij blijft zichzelf: zonder oordeel, vol liefde, niet beïnvloedbaar, en vervuld van mededogen en vrede, in al zijn heerlijkheid.
De Heilige Geest dus.
De kat ervaart daarentegen niets dan opwinding, verdediging en aanval. Hij voelt zich voortdurend bedreigd, ook al is er niets dat hem aanvalt. Zijn leven wordt geregeerd door doodsangst en de drang om te overleven.
Hij staat symbool voor het ego.
Het ego is niet werkelijk. Het is een kat die brult als een leeuw. Alleen ons geloof erin geeft het macht. Het is niet meer dan een nietig, dwaas idee waarom we vergeten te glimlachen.