INLEIDING
- Dit is geen cursus in filosofische bespiegelingen, en evenmin bekommert hij zich om een precieze
terminologie. 2Het enige waar hij zich mee bezighoudt is de Verzoening, of de correctie van de
waarneming. 3Het middel voor de Verzoening is vergeving. 4De structuur van het ‘individuele be
wuste’ is in de kern irrelevant, omdat het een begrip is dat staat voor de oorspronkelijke dwaling’ of
de ‘erfzonde’. 5De dwaling op zichzelf bestuderen leidt niet tot correctie, als je er tenminste in wilt
slagen aan de dwaling voorbij te zien. 6En juist dit proces van voorbijzien wordt door de cursus
beoogd. - Alle termen zijn in aanleg controversieel, en zij die de controverse zoeken zullen die vinden. 2Maar
zij die verheldering en verklaring zoeken zullen die eveneens vinden. 3Ze dienen echter bereid te
zijn aan controversen voorbij te zien in het besef dat die een verweer zijn tegen de waarheid in de
vorm van een vertragingsmanoeuvre. 4Theologische overwegingen als zodanig zijn per definitie
controversieel, aangezien ze op geloof berusten en daarom aanvaard of verworpen kunnen worden.
5Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk,
maar zelfs noodzakelijk. 6Het is deze ervaring waarop de cursus aanstuurt.
7Alleen hier is consistentie mogelijk, want alleen hier komt aan onzekerheid een eind. - Deze cursus blijft binnen het kader van het ego, waar hij nodig is. 2Hij houdt zich niet bezig met
wat voorbij alle dwaling ligt, omdat hij alleen ontworpen is om de richting daarnaar aan te geven.
3Daartoe gebruikt hij woorden, die symbolisch zijn en niet kunnen uitdrukken wat achter symbolen
schuilgaat. 4Alleen het ego stelt vragen, want alleen het ego twijfelt. 5De cursus geeft eenvoudig een
ander antwoord, zodra een vraag is gesteld. 6Dit antwoord probeert echter niet zijn toevlucht te
nemen tot vindingrijkheid of scherpzinnigheid. 7Dit zijn eigenschappen van het ego. 8De cursus is
eenvoudig. 9Hij heeft één functie en één doel. 10Alleen daarin blijft hij geheel consistent, want alleen
dat kan consistent zijn. - Het ego zal veel antwoorden eisen die deze cursus niet geeft. 2Hij herkent niet als vraag wat slechts
de vorm heeft van een vraag waarop geen antwoord mogelijk is. 3Het ego vraagt misschien: ‘Hoe
heeft het onmogelijke plaatsgevonden?’, ‘Waaraan heeft zich het onmogelijke voltrokken?’, en kan
dit in vele vormen vragen. 4Maar er is geen antwoord, alleen een ervaring. 5Zoek die alleen, en laat
theologie je niet ophouden. - Je zult merken dat de cursus op structurele kwesties maar kort en alleen aan het begin de nadruk
legt. 2Daarna neemt dit snel af om plaats te maken voor de kern van de leerstof. 3Aangezien je echter
om verheldering en verklaring hebt gevraagd, volgt hier een aantal van de gebruikte termen. - DENKGEEST – GEEST
- De term denkgeest (Engels mind) wordt gebruikt om het activerend beginsel van de geest (Engels
spirit) weer te geven, die deze van creatieve energie voorziet. 2Met een hoofdletter geschreven,
verwijst de term naar God of Christus (d.w.z. de Denkgeest van God of de Denkgeest van Christus).
3Geest is de Gedachte van God die Hij naar Zijn gelijkenis heeft geschapen. 4De vereende geest is
Gods enige Zoon, of Christus. - Omdat de denkgeest gespleten is, lijken de Zonen van God in deze wereld gescheiden te zijn. 2Ook
schijnen hun denkgeesten niet te zijn verbonden. 3In deze illusoire toestand lijkt het concept van een
‘individuele denkgeest’ betekenis te hebben. 4Daarom wordt hij in de cursus beschreven alsof hij uit
twee delen bestaat: geest en ego. - De geest is dat deel dat nog steeds met God in contact staat door middel van de Heilige Geest, die
in dit deel verblijft maar tevens het andere deel ziet. 2Het woord ‘ziel’ wordt niet gebruikt, behalve
in rechtstreekse bijbelcitaten, vanwege zijn hoogst controversiële aard. 3Het zou echter een equi-
valent kunnen zijn van ‘geest’, met dien verstande dat de ziel – van God afkomstig – eeuwig is en
nooit geboren werd. - Het andere deel van de denkgeest is volledig illusoir en maakt alleen illusies. 2De geest behoudt de
mogelijkheid om te scheppen, maar zijn Wil, welke die van God is, lijkt gekooid te zijn zolang de
denkgeest niet is vereend. 3De schepping blijft onverminderd doorgaan, want dat is de Wil van
God. 4Deze Wil is steeds vereend en heeft daarom in deze wereld geen betekenis. 5Hij kent geen
tegendeel en geen gradaties. - De denkgeest kan juist of onjuist gericht zijn, al naargelang de stem waarnaar hij luistert. 2Een
juiste gerichtheid-van-denken luistert naar de Heilige Geest, vergeeft de wereld en ziet in plaats
daarvan met de visie van Christus de werkelijke wereld. 3Dit is de uiteindelijke visie, de laatste
waarneming, de toestand waarin God Zelf de laatste stap zet. 4Hier eindigen tijd en illusies
tezamen. - Een onjuiste gerichtheid-van-denken luistert naar het ego en maakt illusies, neemt zonde waar en
rechtvaardigt woede, en ziet schuld, ziekte en dood als werkelijk. 2Zowel deze wereld als de
werkelijke wereld is een illusie, omdat een juiste gerichtheid-van-denken eenvoudig voorbijziet aan,
of vergeeft, wat nooit heeft plaatsgevonden. 3Daarom is dat niet de Eenheid-van-denken van de
Christus-Denkgeest, wiens Wil één is met die van God. - In deze wereld is de enige resterende vrijheid de vrijheid van keuze: steeds tussen twee keuzen of
twee stemmen. 2De wil is bij geen enkel niveau van waarneming betrokken en heeft met keuze niets
uitstaande. 3Het bewuste is het ontvangstmechanisme, dat boodschappen ontvangt van boven of van
beneden, van de Heilige Geest of van het ego. 4Het bewuste heeft niveaus en het bewustzijn kan
heel dramatisch verschuiven, maar het kan het domein van de waarneming niet ontstijgen. 5Op zijn
hoogst wordt het zich van de werkelijke wereld bewust, en het kan getraind worden om dat in
toenemende mate te doen. 6Maar alleen al het feit dat het niveaus heeft en getraind kan worden,
toont aan dat het niet tot kennis kan reiken. - HET EGO – HET WONDER
- Illusies zullen niet voortduren. 2Hun dood is zeker en alleen die staat in hun wereld vast. 3Op
grond hiervan is het de wereld van het ego. 4Wat is het ego? 5Slechts een droom van wat jij werkelijk
bent. 6Een gedachte dat je van je Schepper gescheiden bent en een wens te zijn wat Hij niet heeft ge
schapen. 7Het is iets waanzinnigs, en allerminst werkelijkheid. 8Een naam voor het naamloze is al
wat het is. 9Een symbool van het onmogelijke, een keuze voor opties die niet bestaan. 10We geven
het slechts een naam om ons te helpen begrijpen dat het niets is dan de oeroude gedachte dat wat
gemaakt is onsterfelijkheid bezit. 11Maar wat kan hier anders uit voortvloeien dan een droom die,
zoals alle dromen, slechts kan eindigen in de dood? - Wat is het ego? 2Niets, maar in een vorm die lijkt op iets. 3In een wereld van vorm kan het ego niet
worden ontkend, want lijkt alleen het ego werkelijk. 4Maar zou de Zoon van God, zoals Hij hem
geschapen heeft, in een vorm of in een wereld van vormen kunnen verblijven? 5Wie jou vraagt het
ego te definiëren en uit te leggen hoe het is ontstaan, kan alleen maar iemand zijn die denkt dat het
werkelijk is en die dankzij deze definitie probeert te waarborgen dat de illusoire aard ervan achter
de woorden wordt verborgen die het werkelijk doen lijken. - Er bestaat geen definitie voor een leugen die dient om deze waarheid te verlenen. 2Evenmin kan er
een waarheid zijn die doeltreffend door leugens wordt verborgen. 3De onwerkelijkheid van het ego
wordt niet door woorden ontkend, noch is zijn betekenis duidelijk omdat zijn aard een vorm lijkt te
hebben aangenomen. 4Wie kan het ondefinieerbare definiëren? 5En toch is zelfs hier een antwoord te
vinden. - We kunnen in feite geen definitie geven van wat het ego is, maar we kunnen wel zeggen wat het
niet is. 2En dit wordt ons met volmaakte helderheid getoond. 3En hieruit leiden we alles af wat het
ego is. 4Kijk naar zijn tegendeel en je kunt het enige antwoord zien dat betekenis heeft. - Wat in alle opzichten het tegendeel van het ego is – in oorsprong, effect en consequentie – noemen
we een wonder. 2En hier vinden we alles wat in deze wereld niet het ego is. 3Hier is het tegendeel
van het ego en hier alleen kijken we naar wat het ego was, want hier zien we alles wat het leek te
doen, en een oorzaak en haar gevolgen moeten nog steeds één zijn. - Waar duisternis was, zien we nu het licht. 2Wat is het ego? 3Wat de duisternis was. 4Waar is het
ego? 5Waar de duisternis was. 6Wat is het nu en waar kan het worden gevonden? 7Niets en nergens.
8Nu is het licht gekomen: zijn tegendeel is verdwenen zonder een spoor achter te laten. 9Waar het
kwaad was, is nu heiligheid. 10Wat is het ego? 11Wat het kwaad was. 12Waar is het ego? 13In een
kwade droom die slechts werkelijk leek zolang jij die droomde. 14Waar de kruisiging was, staat nu
Gods Zoon. 15Wat is het ego? 16Wie heeft het nodig dat te vragen? 17Waar is het ego? 18Wie voelt de
behoefte naar een illusie te zoeken nu dromen verdwenen zijn? - Wat is een wonder? 2Eveneens een droom. 3Maar bekijk alle aspecten van deze droom en je zult
nooit meer vragen stellen. 4Kijk naar de vriendelijke wereld die zich voor jou uitstrekt terwijl je in
zachtmoedigheid je weg gaat. 5Kijk naar de helpers langs de hele weg die je aflegt, gelukkig als ze
zijn in de zekerheid van de Hemel en de geborgenheid van de vrede. 6En kijk ook een ogenblik naar
wat je tenslotte hebt achtergelaten en waaraan jij uiteindelijk voorbij bent gegaan. - Dit was het ego – al de hardvochtige haat, de behoefte aan wraak en de kreten van pijn, de angst
om te sterven en de drang om te doden, de illusie broederloos te zijn, en het zelf dat alleen scheen te
zijn in heel het universum. 2Deze verschrikkelijke misvatting over jezelf wordt door het wonder met
evenveel zachtheid gecorrigeerd als waarmee een liefhebbende moeder haar kind in slaap zingt.
3Zou jij een dergelijk lied niet willen horen? 4Zou dit niet antwoord geven op al wat jij dacht te
moeten vragen en de vraag zelfs zinledig maken? - Op jouw vragen bestaat geen antwoord, omdat ze gemaakt zijn om Gods Stem te smoren, die
eenieder slechts één vraag stelt: ‘Ben jij al bereid Mij te helpen de wereld te verlossen?’ 2Vraag dit in
plaats van wat het ego is, en je zult een plotselinge helderheid de wereld zien toedekken die het ego
heeft gemaakt. 3Geen enkel wonder wordt iemand nu onthouden. 4De wereld is verlost van wat jij
haar hebt toegedacht. 5En wat ze is, is volkomen onveroordeeld en volkomen zuiver. - Het wonder vergeeft, het ego verdoemt. 2Geen van beide behoeft een andere definitie dan deze.
3Maar kan een definitie betrouwbaarder of meer in overeenstemming zijn met wat verlossing is?
4Probleem en antwoord liggen hier naast elkaar, en nu ze uiteindelijk samengekomen zijn, is de
keuze duidelijk. 5Wie kiest er voor de hel wanneer die als zodanig wordt herkend? 6En wie wil er
niet nog een poosje verdergaan wanneer het hem gegeven is te begrijpen dat de weg kort is en de
Hemel zijn doel? - VERGEVING – HET GELAAT VAN CHRISTUS
- Vergeving is om God, naar God, maar niet van Hem afkomstig. 2Het is onmogelijk iets te bedenken
dat Hij geschapen heeft en dat vergeving behoeft. 3Vergeving is dan ook een illusie, maar krachtens
het doel ervan, wat het doel van de Heilige Geest is, is er één verschil. 4Anders dan alle andere
illusies leidt ze van de dwaling weg en niet ernaartoe. - Vergeving kan een soort gelukkige fictie worden genoemd, een manier waarop de onwetenden de
kloof tussen hun waarneming en de waarheid kunnen overbruggen. 2Ze kunnen niet rechtstreeks
van waarneming naar kennis overgaan, omdat ze denken dat het niet hun wil is dit te doen.
3Hierdoor lijkt God een vijand te worden in plaats van wat Hij werkelijk is. 4En juist deze
waanzinnige waarneming zorgt ervoor dat ze niet genegen zijn gewoon op te staan en in vrede naar
Hem terug te gaan. - En dus hebben ze een illusie van hulp nodig omdat ze hulpeloos zijn, een Gedachte van vrede
omdat ze in conflict zijn. 2God weet wat Zijn Zoon nodig heeft voordat die het vraagt. 3Hij
bekommert Zich allerminst om de vorm, maar omdat Hij de inhoud heeft gegeven, is het Zijn Wil
dat deze wordt begrepen. 4En dat volstaat. 5De vorm past zich aan de behoefte aan; de inhoud is
onveranderlijk, even eeuwig als zijn Schepper. - Het gelaat van Christus dient eerst gezien te worden voordat de Godsherinnering kan terugkeren.
2De reden ligt voor de hand. 3Het gelaat van Christus zien houdt waarneming in. 4Niemand kan
naar kennis kijken. 5Maar het gelaat van Christus is het grootse symbool van vergeving. 6Het is de
verlossing. 7Het is het symbool van de werkelijke wereld. 8Al wie hiernaar kijkt, ziet niet langer de
wereld. 9Hij is zo dicht bij de Hemel als buiten de poort mogelijk is. 10Maar vanaf deze poort is het
niet meer dan een stap om naar binnen te gaan. 11Het is de laatste stap. 12En die laten we over aan
God. - Vergeving is ook een symbool, maar als symbool van louter Zijn Wil kan ze niet verdeeld zijn. 2En
dus wordt de eenheid die ze weerspiegelt Zijn Wil. 3Het is het enige dat nog ten dele in de wereld
is, en toch de brug vormt naar de Hemel. - Gods Wil is al wat er is. 2We kunnen slechts van niets naar alles gaan, van de hel naar de Hemel.
3Is dit een reis? 4Neen, in waarheid niet, want de waarheid gaat nergens heen. 5Maar illusies
verschuiven van plaats naar plaats, van tijd naar tijd. 6De laatste stap is eveneens niets dan een ver
schuiving. 7Als waarneming is hij deels onwerkelijk. 8En toch zal ook dit deel verdwijnen. 9Wat
overblijft is eeuwige vrede en de Wil van God. - Er zijn geen wensen nu, want wensen veranderen. 2Zelfs het gewenste kan onwelkom worden.
3Dat kan niet anders, want het ego kan niet in vrede zijn. 4Maar als gave van God is de Wil
bestendig. 5En wat Hij geeft, is steeds zoals Hij. 6Dit is de bedoeling van het gelaat van Christus.
7Het is de gave van God, bedoeld om Zijn Zoon te verlossen. 8Kijk slechts hiernaar en je bent
vergeven. - Hoe lieflijk wordt de wereld in juist dat ene ogenblik wanneer je de waarheid over jouzelf daar
weerspiegeld ziet. 2Nu ben jij zonder zonde en zie jij je eigen zondeloosheid. 3Nu ben jij heilig en
neemt dat zo waar. 4En nu keert de denkgeest terug naar zijn Schepper, de vereniging van de Vader
en de Zoon, de Eenheid der eenheden die achter elke vereniging staat, maar dat alles te boven gaat.
5God wordt niet gezien, maar alleen begrepen. 6Zijn Zoon wordt niet aangevallen, maar herkend - WARE WAARNEMING – KENNIS
- De wereld die jij ziet is een illusie van een wereld. 2God heeft die niet geschapen, want wat Hij
schept kan alleen maar eeuwig zijn als Hijzelf. 3Maar in de wereld die jij ziet is er niets dat eeuwig
standhoudt. 4Sommige dingen zullen in de tijd een poosje langer duren dan andere. 5Maar de tijd
zal komen dat aan al het zichtbare een einde komt. - De ogen van het lichaam zijn daarom niet het middel waarmee de werkelijke wereld kan worden
gezien, want de illusies waarnaar ze kijken moeten wel tot meer illusies van de werkelijkheid
leiden. 2En dat doen ze ook. 3Want alles wat ze zien, zal niet alleen niet duurzaam zijn, maar leent
zichzelf voor gedachten van zonde en schuld. 4Terwijl alles wat God geschapen heeft voor eeuwig
zonder zonde is, en dus voor eeuwig zonder schuld. - Kennis is niet de remedie tegen onware waarneming, want ze zijn elk van een ander niveau en
kunnen dus nooit bij elkaar komen. 2De enig mogelijk correctie voor onware waarneming is daarom
ware waarneming. 3Die zal niet blijvend zijn. 4Maar voor de tijd dat ze duurt, komt ze om te genezen.
5Want ware waarneming is een remedie met vele namen. 6Vergeving, verlossing, Verzoening, ware
waarneming, ze zijn alle één en hetzelfde. 7Ze zijn het ene begin, teneinde naar Eenheid te leiden die
ver voorbij henzelf ligt. 8Ware waarneming is het middel waardoor de wereld wordt verlost van
zonde, want zonde bestaat niet. 9En dit is het wat ware waarneming ziet. - De wereld staat als een blok voor het gelaat van Christus. 2Maar ware waarneming beziet haar als
niets meer dan een tere sluier, die zo makkelijk weggetrokken wordt dat die niet langer dan een
ogenblik kan standhouden. 3Ten slotte wordt ze alleen gezien als wat ze is. 4En nu verdwijnt ze
vanzelf, want nu is er een lege ruimte, die gezuiverd is en toebereid. 5Waar vernietiging werd
waargenomen, verschijnt het gelaat van Christus, en op dat ogenblik wordt de wereld vergeten, en
komt er voor eeuwig een einde aan de tijd terwijl de wereld het niets indraait waaruit ze is
voortgekomen. - Een vergeven wereld kan niet duurzaam zijn. 2Ze was de bakermat van lichamen. 3Maar vergeving
kijkt aan lichamen voorbij. 4Dit is haar heiligheid, dit is de manier waarop ze geneest. 5De wereld
van lichamen is de wereld van zonde, want alleen als er een lichaam was, is zonde mogelijk. 6Uit
zonde vloeit even zeker schuld voort als vergeving alle schuld wegneemt. 7En als alle schuld
eenmaal is verdwenen, wat blijft er dan over om een afgescheiden wereld op haar plaats te houden?
8Want ook plaats en ruimte is verdwenen, samen met de tijd. 9Alleen het lichaam geeft de wereld
een schijn van werkelijkheid, want aangezien ze afgescheiden is, zou ze niet kunnen blijven bestaan
waar afscheiding onmogelijk is. 10Vergeving bewijst dat die onmogelijk is, want ze ziet die niet. 11En
waar je dan aan voorbij zult zien, zal voor jou onbegrijpelijk zijn, net zoals de aanwezigheid ervan
eens jouw zekerheid was. - Dit is de omslag die ware waarneming brengt: wat naar buiten werd geprojecteerd, wordt
vanbinnen gezien, en daar laat vergeving het verdwijnen. 2Want daar is het altaar voor de Zoon
opgericht, en daar wordt zijn Vader herinnerd. 3Hier zijn alle illusies naar de waarheid gebracht, en
op het altaar gelegd. 4Wat buiten je wordt gezien, moet wel buiten het bereik van vergeving liggen,
want het lijkt voor eeuwig zondig. 5Waar is er nog hoop zolang zonde als buiten jou wordt gezien?
6Op welke remedie kan schuld hopen? 7Maar binnenin je denkgeest gezien, liggen schuld en verge
ving voor een ogenblik zij aan zij, op één altaar naast elkaar. 8Daar worden ziekte en de enige
remedie ertegen tenslotte in één helende helderheid verenigd. 9God is gekomen om op het Zijne
aanspraak te maken. 10Vergeving is totaal. - En nu treedt Gods kennis, onveranderlijk, zeker, zuiver en volkomen begrijpelijk, haar koninkrijk
binnen. 2Verdwenen is de waarneming, de onware zo goed als de ware. 3Verdwenen is vergeving,
want haar taak is beëindigd. 4En verdwenen zijn de lichamen in het stralende licht op het altaar
voor Gods Zoon. 5God weet dat dit het Zijne is, zoals het dat van hem is. 6En hier verenigen Zij zich,
want hier heeft het gelaat van Christus het laatste ogenblik van de tijd weggeschenen, en nu is de
laatste waarneming van de wereld zonder doel of oorzaak. 7Want waar de Godsherinnering
tenslotte is gekomen, is er geen reis, geen geloof in zonde, geen muren, geen lichamen, en daar
wordt de macabere bekoring van schuld en dood voor eeuwig gedoofd. - O mijn broeder, kende je enkel de vrede die jou omhullen en zuiver en lieflijk bewaren zal,
geborgen in de Denkgeest van God, je zou niet anders kunnen dan Hem tegemoetsnellen waar Zijn
altaar is. 2Geheiligd zij jouw Naam en de Zijne, want hier in deze heilige plaats zijn ze verenigd.
3Hier buigt Hij Zich voorover om jou tot Hem te verheffen, weg uit illusies naar heiligheid, weg uit
de wereld naar de eeuwigheid, weg uit alle angst en teruggegeven aan de liefde. - JEZUS – CHRISTUS
- Je hebt geen hulp nodig om de Hemel binnen te gaan, want je hebt die nooit verlaten. 2Maar er is
wel hulp nodig van buiten jezelf, ingeperkt als jij bent door valse overtuigingen over je Identiteit,
die God alleen in de werkelijkheid heeft gegrondvest. 3Er worden jou Helpers gegeven in vele vor
men, hoewel ze op het altaar één zijn. 4Achter elk van hen staat een Gedachte van God, en dit zal
nooit veranderen. 5Maar ze hebben namen die een tijd van elkaar verschillen, want de tijd heeft
symbolen nodig, daar die zelf onwerkelijk is. 6Hun namen zijn legio,* maar we zullen niet verder
gaan dan de namen die de cursus zelf gebruikt. 7God helpt niet, want Hij heeft geen weet van
noden. 8Maar Hij schept alle Helpers voor Zijn Zoon zolang die gelooft dat zijn fantasieën werkelijk
zijn. 9Zeg God dank voor hen, want zij zullen jou naar huis leiden. - De naam Jezus is de naam van iemand die mens was, maar in al zijn broeders het gelaat van
Christus zag, en zich God herinnerde. 2Zo werd hij met Christus vereenzelvigd, een mens niet
langer, maar één met God. 3De mens was een illusie, want hij leek een afgescheiden wezen te zijn,
op zichzelf staand, in een lichaam dat zijn zelf leek weg te houden van het Zelf, wat alle illusies
doen. 4Maar wie kan verlossen, tenzij hij illusies ziet en dan vaststelt wat ze zijn? 5Jezus blijft een
Verlosser, omdat hij het onware zag zonder dat als waar te aanvaarden. 6En Christus had zijn vorm
nodig, opdat Hij aan de mensen kon verschijnen en hen van hun eigen illusies kon verlossen. - Door zijn volledige vereenzelviging met de Christus – de volmaakte Zoon van God, Zijn enige
schepping en Zijn gelukzaligheid, voor eeuwig zoals Hij en één met Hem – werd Jezus wat jullie
allen zijn. 2Hij ging jou voor, zodat je hem kunt volgen. 3Hij leidt jou terug naar God, omdat hij de
weg voor zich zag, en die volgde. 4Hij maakte een duidelijk onderscheid, voor jou nog duister,
tussen het onware en het ware. 5Hij bood je een ultieme demonstratie dat het onmogelijk is Gods
Zoon te doden, en dat zijn leven evenmin op enige manier door zonde en kwaad, kwaadwilligheid,
angst of dood kan worden veranderd. - En daarom zijn al jouw zonden je vergeven, omdat ze in het geheel geen gevolgen hadden. 2En dus
waren het slechts dromen. 3Sta op met hem die jou dit liet zien, want dat ben je verschuldigd aan
hem die jouw dromen met je deelde, zodat ze verjaagd konden worden. 4En die ze nog steeds met
jou deelt, om één met jou te zijn. - Is hij de Christus? 2Ja zeker, samen met jou. 3Zijn geringe leven op aarde volstond niet om de
machtige les te onderwijzen die hij voor jullie allen heeft geleerd. 4Hij zal bij je blijven om jou uit de
hel die jij gemaakt hebt te leiden naar God. 5En wanneer je jouw wil met die van hem verenigt, zal
zijn visie jouw zicht zijn, want de ogen van Christus worden gedeeld. 6Aan zijn zijde gaan is even
natuurlijk als aan de zijde van een broer gaan die jij vanaf je geboorte kent, want dat is hij voorwaar.
7Wrange idolen zijn er gemaakt van hem die slechts een broeder voor de wereld wilde zijn. 8Vergeef
hem jouw illusies en zie welk een dierbare broeder hij voor jou wil zijn. 9Want hij zal je denkgeest
tenslotte tot rust brengen en die samen met jou naar jouw God toe dragen. - Is hij Gods enige Helper? 2Nee, zeker niet. 3Want Christus neemt vele vormen aan met
verschillende namen, totdat hun eenheid kan worden herkend. 4Maar voor jou is Jezus de drager
van Christus’ enkelvoudige boodschap van Gods Liefde. 5Je hebt geen ander nodig. 6Het is mogelijk
zijn woorden te lezen en er baat bij te vinden zonder hem in je leven te aanvaarden. 7Maar hij zou
jou nog wat meer kunnen helpen als jij jouw vreugde en verdriet met hem wilt delen en ze beide
wilt achterlaten om Gods vrede te vinden. 8Maar bovenal wil hij dat je zijn les leert, en die luidt als
volgt: 9Er is geen dood, want de Zoon van God is als zijn Vader. 10Door niets wat jij kunt doen, kan Eeuwige Liefde worden veranderd. 11Vergeet je dromen van zonde en schuld, en kom in plaats daarvan met mij mee om te delen in de opstanding van Gods Zoon. 12En breng al diegenen met je mee die Hij jou gezonden heeft om voor te zorgen, zoals Ik zorg voor jou. - DE HEILIGE GEEST
- Jezus is de manifestatie van de Heilige Geest, die hij op aarde liet neerdalen nadat hij was
opgestegen ten Hemel, of anders gezegd, tot volmaakte vereenzelviging kwam met de Christus, de
Zoon van God, zoals Hij die heeft geschapen. 2De Heilige Geest, die een schepping is van de ene
Schepper en met Hem schept naar Zijn gelijkenis of geest, is eeuwig en is nooit veranderd. 3Hij was
‘op de aarde neergedaald’ in die zin dat het nu mogelijk was Hem te aanvaarden en Zijn Stem te
horen. 4Zijn Stem is de Stem namens God, en heeft daarom vorm aangenomen. 5Deze vorm is niet
Zijn werkelijkheid, die God alleen kent, samen met Christus, Zijn werkelijke Zoon, die deel is van
Hem. - De Heilige Geest wordt door de hele cursus heen beschreven als Degene die ons het antwoord op
de afscheiding geeft en ons het Verzoeningsplan brengt, waarbij Hij ons specifieke aandeel daarin
vastlegt en ons precies laat zien wat dat inhoudt. 2Hij heeft Jezus als leider aangesteld om Zijn plan
uit te voeren, aangezien hij de eerste was die zijn eigen aandeel volmaakt heeft voltooid. 3Alle
macht in de Hemel en op aarde is hem dan ook gegeven, en hij zal die met jou delen wanneer jij het
jouwe hebt voltooid. 4Het Verzoeningsprincipe werd aan de Heilige Geest gegeven lang voordat
Jezus dat in beweging zette. - De Heilige Geest wordt beschreven als de overblijvende Communicatieschakel tussen God en Zijn
afgescheiden Zonen. 2Om deze bijzondere functie te vervullen, heeft de Heilige Geest een dubbele
functie op zich genomen. 3Hij heeft kennis, want Hij is deel van God; Hij neemt waar, want Hij
werd gezonden om de mensheid te verlossen. 4Hij is het grote correctieprincipe; de brenger van
ware waarneming, de macht die onlosmakelijk verbonden is met de visie van Christus. 5Hij is het
licht waarin de vergeven wereld wordt waargenomen, waarin alleen het gelaat van Christus wordt
gezien. 6Nooit vergeet Hij de Schepper, noch Zijn schepping. 7Nooit vergeet Hij de Zoon van God.
8Nooit vergeet Hij jou. 9En Hij brengt jou de Liefde van je Vader in een eeuwige schittering die nooit
zal worden tenietgedaan, omdat God die daar heeft geplaatst. - De Heilige Geest verblijft in dat deel van jouw denkgeest dat deel is van de Christus-Denkgeest.
2Hij vertegenwoordigt je Zelf en je Schepper, die Eén zijn. 3Hij spreekt namens God en ook namens
jou, daar Hij met Beiden verbonden is. 4En daarom is Hij het die bewijst dat Zij Eén zijn. 5Hij lijkt
een Stem, want in die vorm richt Hij Gods Woord tot jou. 6Hij lijkt een Gids door een ver land, want
die vorm van hulp heb je nodig. 7Hij lijkt alles te zijn wat maar voldoet aan de behoeften die jij
meent te hebben. 8Maar Hij wordt niet misleid wanneer jij ziet dat jouw zelf verstrikt is in behoeften
die jij niet hebt. 9Hiervan wil Hij je juist bevrijden. 10Hiertegen wil Hij je juist beschermen. - Jij bent Zijn manifestatie in deze wereld. 2Je broeder roept jou op om samen met hem Zijn Stem te
zijn. 3Alléén kan hij de Helper van Gods Zoon niet zijn, want alléén is hij functieloos. 4Maar
verbonden met jou is hij de stralende Verlosser van de wereld, wiens aandeel in haar verlossing jij
compleet hebt gemaakt. 5Hij zegt jou dank evenals hem, want jij stond met hem op toen hij de
wereld begon te verlossen. 6En je zult bij hem zijn wanneer de tijd voorbij is en er geen spoor
overblijft van de boosaardige dromen waarin je danst op de magere melodie van de dood. 7Want in
haar plaats wordt de lofzang tot God een korte tijd gehoord. 8En dan is de Stem verdwenen, en
neemt ze niet langer vorm aan, maar keert terug naar de eeuwige vormloosheid van God.