In de toelichtingen op het werkboek van Een cursus in wonderen geschreven door Allen Watson en Robert Perry staat een korte omschrijving van waar de Cursus in essentie over gaat. ‘Al onze problemen kunnen worden teruggevoerd op het feit dat we onszelf hebben geleerd dat het onware waar is en het ware onwaar. We geloven dat het lichaam, zonde, schuld, angst, lijden, en dood werkelijk zijn. En we geloven niet – of betwijfelen dat in elk geval sterk – dat geest, heiligheid, onschuld, liefde en eeuwig leven werkelijk zijn.’
Het hele leerproces waar we doorheen gaan onderwijst ons niets anders dan die ene les, telkens en telkens weer, met het ene voorbeeld na het andere. Wat wij als werkelijkheid beschouwen – onze eigen zonden of die van een broeder, de dood, aanval en afscheiding – wordt onwaar genoemd, en de liefde die we menen te missen wordt beschreven als altijd aanwezig. Waar wij menen zonde te zien, is onschuld. Waar we menen een aanvaller te zien, is onze verlosser (T22.VI.8:1)

De Cursus is een proces wat ons helpt ontwaken uit de droom van afscheiding. ‘De uitkomst is zo zeker als God’ (T2.III.3:10) en ‘het is slechts een kwestie van tijd tot iedereen de Verzoening heeft aanvaard'(T2.III.3:1). Hoewel dit zo is – eenvoudigweg omdat we ons nooit echt van God kunnen afscheiden – maken we op dit moment nog altijd doelbewust de keuze om te blijven slapen in onze droom van de tijd. Omdat achter de droom, de pijn vanwege de gedachte aan afscheiding voor ons uiteindelijk ondraaglijk wordt, zullen we allemaal op een bepaald moment een andere keuze willen maken: de keuze om te ontwaken (T2III.3). De enige vraag die elk van ons zichzelf nu moet stellen is dan ook: hoe lang wil ik pijn blijven lijden, slapend in de tijd?
Als we ons niet bewust willen worden van onze keuze om onszelf als afgescheiden te zien en er niet de verantwoordelijkheid voor willen aanvaarden, zegt Jezus ons dat we minstens zo lang als de tijd die de afscheiding al duurt door kunnen gaan met de tijd rekken en uitstellen, dat wil zeggen “miljoenen jaren” (T2.VIII.2:5)! We kunnen dus de manier kiezen waarop we de tijd willen gebruiken en hoelang we de tijd willen blijven ervaren. En ja, uiteindelijk doet het er niet toe, want we zullen ons wel moeten herinneren wie we werkelijk zijn – dat is nooit veranderd. Zolang we nog geloven dat dit alles werkelijk is, zegt Jezus ons in de Cursus dat de duur van onze tijd “aanzienlijk kan worden bekort door wonderen, het middel ter bekorting maar niet ter opheffing van de tijd” (T2.VIII.2:6). (V#138)
Als de Cursus ons pad is, betekent dit dat onze relaties met onze broeders van centraal belang zijn, want elk van ons heeft alle schuld en verantwoordelijkheid voor de pijn van de afscheiding die we niet in onszelf willen zien op de anderen geprojecteerd. Als we niet naar onze reacties met anderen kijken en het afdoen als onbelangrijk voor ons ontwakingsproces, dan houden we ons bezig met ontkenning. Dat is alleen maar een andere manier om te zeggen dat we de verantwoordelijkheid voor onze eigen beslissing om afgescheiden te zijn weigeren te aanvaarden. Hoe moeilijk het ook lijkt om naar onze broeder te kijken om onze eigen “geheime zonden en de verborgen haatgevoelens” (T31.VIII.9:2) te zien, Jezus wil dat we begrijpen dat er niet naar kijken tot nog ergere pijn leidt, want dan is er geen hoop op genezing. En dus moedigt hij ons aan en herinnert ons eraan dat dit een pad is dat we samen met onze broeder nemen.
Een cursus in wonderen is een leerplan dat door de student onder leiding van de Heilige Geest of Jezus gevolgd wordt. En de training is hoogstpersoonlijk toegesneden (H9.1:5;H29.2:6). Zijn inhoud en liefdevolle boodschap van vergeving kunnen alleen begrepen worden met de bereidheid van de denkgeest die zich opent voor de waarheid die hij weerspiegelt. De Cursus is liefdevol, om zo behulpzaam te zijn voor dat deel van de denkgeest van Gods Zoon dat schuldbewust gelooft dat hij reddeloos verloren is vanwege zijn verschrikkelijke zonde. Volgens de logica van het ego brengt de schuld die volgt op de ‘zonde’ van afscheiding een ontzettende angst voort om door een kwade God gestraft te worden. De boodschap van de Cursus is dat Hij geen kwade, wraakzuchtige God is, maar Een die ons liefheeft en mist.
De Cursus kan hopeloos complex lijken, maar dat komt omdat hij ons ontmoet op het punt waar wij zijn. En we zijn in een wereld die heel complex is. Maar dat is zo omdat onze wereld afkomstig is van een heel complex denksysteem dat onze denkgeest domineert. Wil Jezus in staat zijn ons te helpen, dan moet de context van zijn onderricht deze immense complexiteit van zowel onze uiterlijke als innerlijke wereld zijn. Dat bedoelt hij wanneer hij zegt: “Deze cursus blijft binnen het kader van het ego, waar hij nodig is” (VvT.In.3:1). Gecompliceerdheid is de naam van het ego-spel, zegt hij in het Tekstboek (T15.IV.6:2). Zijn onderwijs moet deze gecompliceerdheid aan de orde stellen om haar ongedaan te maken.
Meer lezen over de volgende thema’s in de cursus:
Wat is een wonder?
Wat is wonderbereidheid?
God in de Cursus
De wereld en het lichaam in de Cursus
Het ego in de Cursus
Jezus, de Heilige Geest en onze broeder in de Cursus
Van speciale relaties, naar Heilige relaties
Meer over de Cursus en het netwerk van mensen die ook het pad van ECIW gaan. Klik hier