De essentie van vergeving is de erkenning dat de wereld en het lichaam niets anders zijn dan ‘de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand’ (T21.In.1:5). Wat we buiten onszelf waarnemen is slechts de projectie in de vorm van de inhoud van de denkgeest. Dit maakt het de Heilige Geest mogelijk om ons lichaam te herinterpreteren. In plaats van het te zien als een projectiescherm voor schuld, ziet Hij het als instrument voor de communicatie van vrede.
De Cursus zegt duidelijk dat ons doel hier, voor ieder van ons, de verlossing van de wereld is. Dit is volkomen anders dan het doel dat het ego aan de wereld geeft: het vinden van een plaats waar God niet binnen kan komen, waar we ons voor God kunnen verbergen, en waar we uiteindelijk zullen sterven. De Heilige Geest heeft echter een ander doel voor alles wat het ego heeft gemaakt: de wereld terugbrengen naar het licht, door onszelf de gelegenheid te geven om getransformeerd te worden, om Gods uitbreiding te worden in de droom, en al onze broeders te wekken, samen met onszelf. Onze broeders worden onze verlosser, zoals wij de hunne worden.

In de hele geschiedenis hebben maar weinig mensen doorzien dat de wereld en het lichaam het schild van verdedigingen van het ego vormen. We geloven nog altijd dat er daarbuiten, iets is dat we moeten overwinnen, problemen waaraan we het hoofd moeten bieden. Wereldse problemen, lichamelijke problemen, relationele problemen, milieu en klimaatproblemen etc. Het enige probleem is de vergissing, dat we geloven dat er een wereld is en dat we een lichaam zijn, die de oorzaak zijn van pijn en lijden. Maar het lichaam en de wereld werden gemaakt om de inhoud van de denkgeest: de schuld te verbergen. De schuld werd op haar beurt gemaakt om de ware inhoud te verbergen: dat de denkgeest de macht heeft om te kiezen. De keuzemaker in de denkgeest heeft de macht om voor het ego of voor de Heilige Geest te kiezen. De Cursus nodigt ons steeds uit terug te keren naar het keuze makende deel in onze denkgeest. Hiervoor heb je Jezus, een broeder of de Heilige Geest nodig. Het ego zal je daar nooit naartoe leiden.
Je zou je kunnen afvragen hoe je kunt weten dat er duistere gedachten in je denkgeest zijn wanneer jij niet eens weet dat je een denkgeest hebt. Het antwoord is simpel: je kijkt eenvoudig hoe jij zelf met andere mensen omgaat. Je kijkt naar je oordelen, je aanvalsgedachten en je speciale behoeften. Dat is alles, want dat zal jou helpen te beseffen dat ze allemaal duistere gedachten van het ego weerspiegelen en dan kun je om hulp vragen van Jezus, je broeder of de Heilige Geest. De hulp komt van Jezus die je laat zien dat wat jij buiten je ziet de projectie is van de duistere gedachte die je van binnen gekozen hebt. Het was de angst voor het licht, voor God, die jou ertoe bracht voor de duisternis te kiezen, omdat je weet dat jouw verduisterde zelfconcept in het licht verdwijnt. Daarom houd jij je egodenksysteem verborgen. Als je haar naar Jezus brengt en hij er samen met jou naar kijkt, moet het wel verdwijnen.
De keuzemaker wordt nu een toeschouwer, die naar de activiteiten van het lichaam kijkt. En zo kijk je zonder schuld, angst of oordeel naar het ego, want je kijkt met de ogen van de Heilige Geest en met de liefde van Jezus of een broeder aan je zijde en dan besef je dat de wereld van het lichaam maar een droom is. De wereld is wat ze is – een onbeduidende projectie van een gedachte aan schuld. Het ongedaan maken van die schuldgedachte zou het enige moeten zijn, waarop jij je richt. Hierin ligt jouw ware vrede en veiligheid.
Terug naar: Wat is Een cursus in wonderen?